|
Het begin van de geschiedenis van St. Tönis lijkt iets legendarisch. Er is sprake van een schaapherder, die midden in de eenzame Osterheyde (dat was toen de naam van de nog niet bewoonde landstreek) een beeld van de heilige Antonius vond. Alhoewel hij het beeld zorgvuldig opborg, vond hij het toch de volgende dag aan dezelfde vindplaats terug. Deze mysterieuse belevenis herhaalde zich enkele keren en daarom besloot hij, ervoor zorg te dragen dat aan de vindplaats een kapel ter ere van Sint Antonius werd opgericht. Zover de legende.
En daarmede zijn de twee heiligen genoemd, die voor St. Tönis een bijzondere betekenis hebben. Terwijl St. Antonius als beschermheilige van de plaats geldt, heeft men voor St. Cornelius als schutspatroon van de parochie gekozen. Op een oorkonde van 1411 zijn beide heiligen afgebeeld.
De naam “St. Tönis” is per slot van rekening afgeleid van de naam van onze plaatselijke beschermheilige en veranderde in de loop der eeuwen van "Neuenrath in der Osterheide"naar "Sanct Antonius in der Heyde" en "St. Thönihs" naar de huidige versie.
Rond om de kapel, die meer en meer uitgroeide naar een kerk, vestigden zich vooral boeren. Gedurende de 17e eeuw kwam de opbloei van de stad op gang. Dit was wederom te danken aan St. Antonius. In de verre omgeving woedden toen ontzettende veeziektes en de noodlijdenden boeren riepen de beschermheilige der huisdieren om hulp aan – St. Antonius. Op die manier ontwikkelde zich het kleine dorpje tijdelijk tot een veel bezocht bedevaartsplaats.
De geschiedenis van St. Tönis werd, net zoals die van de naburige plaatsen, steeds weer door oorlogen beïnvloed. Gedurende de “Truchsessischer Krieg” ondervond de bevolking veel leed, onder meer stortte 1585 als gevolg van de oorlog de kerktoren in en werd de kerk gedeeltelijk vernield. Vermoedelijk was dit aanleiding, 1607 ermee te beginnen, het dorp met wal en gracht tegen vijandige overvallen te beschermen.
Toch konden wal en gracht niet voorkomen dat het dorp in 1642, gedurende de dertigjarige oorlog, na de veldslag aan de Hückelsmay werd bestormd en geplunderd. De kerk en de net weer herstelde kerktoren werden in brand gestoken.
Het Mertenshuis aan de Kirchstraße – het tegenwoordig oudste niet veranderde woonhuis in St. Tönis – werd 13 jaar tevoren opgericht en heeft dus deze periode al meegemaakt.
Toen Napoleon het linker oever van de Rijn bezette (1794 tot 1814) heette het dorp voor korte tijd "Saint Antoinne" en behoorde tot het Arondissement Crefeld. Het Kongres van Wenen maakte daar in 1815 een einde aan en St. Tönis werd deel van Pruisen; de rond 2.600 inwoners behoorden nu tot het in 1816 opgerichte district Kempen.
Een belangrijke
invloed op de verdere ontwikkeling van het dorp was zeker het in 1870 in
bedrijf nemen van de spoorlijn “Crefeld-Kreis-Kempener-Industrie-Eisenbahn” (in
omgangstaal kort "dä Schluff") met een station in St. Tönis. De jaren
tevoor vestigden zich vele nieuwe burgers, die hun geld als wever verdienden,
toen nog een vrij nieuwe professie. In de hoogtijdagen van de weverij werkten
wevers aan rond 1.400 manuele weefstoelen, meestal in opdracht van Krefeldse
firma’s. De nieuwe spoorweglijn naar het nabije Krefeld was dus onder meer voor
deze mensen heel belangrijk
In de tijd van de eerste spoorweglijn kreeg St.
Tönis ook een waardig raadshuis.
421 gesneuvelde soldaten, 44 vermisten en 12 bomoffers stonden aan het eind van deze vreselijke episode te beklagen.
Tot de gevolgen van de oorlog behoorde ook de toeloop van ongeveer 2.000 ontheemden. Het merendeel daarvan waren protestantse christenen, die in ons dorp een nieuw thuis vonden. Na een periode met provisorische oplossingen ontstonden in 1952/53 een eigen kerk (de Christuskirche) en een schoolgebouw. De navolgende jaren stonden geheel in het teken van de wederopbouw. Hele wijken ontstonden rond het centrum van het dorp. Scholen, een jeugdcentrum, sportterreinen en de nieuwbouw van ziekenhuis en bejaardenthuis completeerden de infrastructuur en St. Tönis groeide van ca. 10.000 (1946) naar meer dan 14.000 inwoners in januari 1970.
Deze datum, 1 januari 1970, was heel belangrijk
voor de geschiedenis van St. Tönis.
1998 bereikte de inwonerstal de grens van 30.000 en de stad groeit ook ter begin van het nieuwe millennium door. Dit mag wel als teken worden beschouwd, dat het in Tönisvorst leuk is om te leven.
|
||